Skip to content
1710

Nederduitse en Latynse keurdigten

Anoniem

Slottrant.

Neen, ô neen, zo geen Monarchen 't Klemmen passe van den band, Daar Gods geest zyn tempel plant, Min nog past het dees Hierarchen: Maar d'Apostelen voorhenen, Van Gods Geest en kragt verligt, Hebben tot een Gods-gestigt 't Werk der levendige steenen Saam gevoegt, dat opgewassen Tot een Tempel in den geest, Eenmaal zigtbaar is geweest: Maar nu door veel waterplassen Als een bange Vrouw, gedreven,

In der waereld schrikwoestyn, Vind geen heul aan Konstantyn; Of heeft niemand na te streven, Dan een held're straal van boven, Die haar aanblikt nu en dan, In het woest en driest gespan, Dat de Steenduif in haar kloove Moede maakt, en komt vervaren: Maar hy, die de harten wend Als het buigsaamst' Element, Zal haar leiden, en bewaren: Dit's haar hoop, haar kroon, haar luister, En haar Leidstar in het duister. 1683.

J. Oudaan:

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduitse en Latynse keurdigten · Anoniem · Poetry Cove