aldus vertaalt: als Karer de Tweede Van Engeland in zynen Raad over den Oorlog tegens de Nederlanders raad pleegde, gebruikte zyn broeder de Hartog van Jork het oude Spreukje voor zyn advys: Deleda est Carthago.
DReigt Engelander vry Carthago te verdelgen,
Om 't geen uw nydig hert kan kroppen nog verzwelgen,
Zoo brengt uw eige mond uw eige vonnis mee:
Carthago roemde zig voogdesse van de Zee
En brak verbond, en eed, hoogmoedig' trots, en pragtig,
Gelyk nu Engeland, niet meer zig zelven magtig,
Zig eigent, als voogdes, 't verbiet van zoo veel zeen,
En met die Stad, verbont, en eedbreuk heeft gemeen:
Dies zal u Engeland die naam veel beter passen,
Dewylje regt, en trouw, en wetten schynt ontwassen:
Maar denk dan, of met een u niet te wagten staa,
Dat u een zelve straf als oud Carthago slaa:
Of agtje 't buyten reik van menschelyk vermogen;
Zoo wagt het van de hand des Heerschers uyt den Hogen.