Skip to content
1710

Nederduitse en Latynse keurdigten

Anoniem

14.

Men wilde onlangs geen vlees dan hunne harten knaagen. Godloozen, is het waar dat elk na 't voetsel aart, Zoo hoort men, als de doot die Katoos heeft verslagen, Om niet te weifelen, door het meineedig zwaart, Van hunne harten met eerbiedigheit te nutten. Men moet een dwinglant door dapperheden schutten.

De schelmen sidderen; zy zoeken vremde wegen. Die 't twistvuur stookten vliên nu voor hun eigen vlam, Is myn gedigt te scharp? veel scharper was de degen Die 't leger wette op de Wet van Amsterdam, Myn pen bereikt het oor, en quetstze; 't is door zingen: Maar het moortdadig zwaart kan door den boezem dringen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduitse en Latynse keurdigten · Anoniem · Poetry Cove