Op den zelven.
Ey zagt geeft wat gehoor gy luyden zonder reden!
Men zal u deze zaak Professorlyk ontleden,
En snyden eensjes op, of Govert zelver sprak,
Of dat naast Coffyhuis, op 't hof, dit bort uitstak;
Dit 's Harlequinis Windbuyl Junior, dien helt,
Die zoo Professoraal, Barbierlijk voorgestelt,
Met hulpe van zijn Vaar, de wereld haast zal leeren,
Het villen in de Stad, en in het velt het scheeren.
Maar vilt de vaar te dik, en scheert de zoon te grof,
Zoo raken zy wel weer van bey de baantjes of;
En dan zal yder een haar wonderlijk begekken,
Dees twee ziin wyzen: want 't geluk is voor de gekken.