Skip to content
1710

Nederduitse en Latynse keurdigten

Anoniem

Wedertrant.

Maar zal dit dan een Gods-gezant (Of die zig noemt met ulke namen?)

Genoegen, voegen, of betamen? Die op dien grond zyn zetel plant; En steekt het Hooft van Hovaardy Vermetelyk door wind en wolken, Wanneer hy ziet zoo veele volken Voor zyne geest'lyk' Heerschappy Zig buigen en verwonderd staan: Of dat hy uit den band geborsten In steê van een, of veele Vorsten, Vast queekt een nest met jongen aan; Een nest met jongen, daar elk een Stadhouder van zyn God wil heeten, Wie zal dan maat of regel weten, Van zoo veel' Hoofden in 't gemeen? Of't zyze, tot een rot gerukt, Hun willekeuren en besluiten Bestemmen, en de kragt van buiten (Wen Konstantyn het zegel drukt, Of drukken moet op hun papier) T'ontlenen pogen: ja, met reden Lyd Konstantyn geen zulke zeden, Maar werpt die prullen in het vier, En wringt het klembit in de monden, Die zyn begeerte tegen stonden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduitse en Latynse keurdigten · Anoniem · Poetry Cove