Skip to content
1710

Nederduitse en Latynse keurdigten

Anoniem

Tegenzang.

Hier speelt wat meer dan menschlyks in. Toen d'oude Hofzon raakte aan 't zinken, Haar aardsche kroon liet om 't gewin Van met een Hemelsche te blinken; En dat de Zoon naar 's Vaders dood Ten Ryke in 't harnas ingedreven, Ontworstelde ter naauwer nood, Daar zoo veel helden moesten sneven, Zoo spelde men in zulk een' mist: (En 't komt my heden versch te voren) God heeft, na zoo veel stryds en twist, Den Vorst iet beters licht beschooren, Dan hy met zynen degen zoekt Op wederspannigen te haalen, Op volk, dat hem versmaad en vloekt. Hy wagt, na jaaren lang te dwaalen, Iet grooters, dan hy hoopen kon. Nu ryst die Koninklyke Zon.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduitse en Latynse keurdigten · Anoniem · Poetry Cove