Skip to content
1710

Nederduitse en Latynse keurdigten

Anoniem

Tegentrant.

Men twiste meer niet, of hem past 't Bewind der Heidensche offerhande, Want hy verfoeit dien stank en schande, En zet een and'ren Godsdienst vast: Die met een juichend Hofgezin, Op 't spel van pypen en gezangen, Een offergeur, en ommegangen, Haalt d'eer en dienst van Christus in; En volgt zyn Moeder, die het kruis Gevonden heeft, en aan komt streven Om Jesus naam haar naam te geven: Zo voert hy Christus in het Huis Daar Belial te wonen plag; Dies ziet hy lugt en nagtgezigten; Die zijn benevelt brein verligten, En Englen bystand in den slag. Dus komt hem 't Opperbisdom toe

Van Christus Kerk (en wien dog nader?) Als tugtiger en Voedstervader, Met zwaard, en staf, en straf en roe, Dies zette hy af, dies zette hy aan, Die zig gezanten Christi noemen, En met dien naam hun vuil verbloemen: En niets en kan hem qualyk staan: Of voert hy dan (wie heeft 'er tegen?) Vergeefs den Scepter, en den Degen?

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Nederduitse en Latynse keurdigten · Anoniem · Poetry Cove