Zang.
OBloeimaand! die een Hemelsch hof
Verstrekt aan vogelen en dieren,
Wat schaftge heden rijke stof
Voor Fenixpennen om te zwieren;
Maar niet, om datge met een schoot
Van bloemen heuvels en valeyen
Bestrooit, en al de jonkheid nood
In schaduw' van uw' groene meyen,
Wy zien der vroomen wensch en beê,
Terwylge leven schept, beklyven,
In uw cieraad van over Zee
En lucht vol levens neder dryven,
Den Zoon van Karel met een' stoet
Van toegenegene onderdaanen,
Voor wettig Heer en Vorst begroet,
Na 't storten van veel bloed en traanen;
Dies 't menschlyk oordeel staat verzet,
Voor 't hooft geslagen en verplet.