Skip to content
1696

Matroosen vreught

Anoniem

Stemme: Wanneer het pluim-gevogelt, &c. FRis op bedroefde harten, Begeeft u in het veld, Vergeet u druck en smarten, Kom spoeyt u aan de Scheld’ t’ Antwerpen op de straten Op het Kasteele pleyn, Daer Hertogh Karels praten, Tot troost van groot en kleyn. Geen klem heeft ons te dwingen, Waer wy vrolijck singen En springen hier in ’t ronde Om sijn gevangenis. De wollef leydt gebonden Nu ’t Schaep-hock open is. Men hoeft sijn Neroos wesen Noch dwangh, noch tieranny, Noch schennis niet te vreesen, Wy sijn nu veyl en vry. Sijn hongerige Troepen En komen nu niet weer Ons vee en kooren snoepen, En werpen ’t al ter neer: Ons Wijven en dochters benden Behoeven voor het schenden Der Lotteringhsche jagers In bos of hol te vlien, Het hooft der Boere-plagers Wort hier niet meer gesien. Kom wilt nu hand aenhouwen En danssen vlugh te been, In dese groen’ Lands-douwen Om ’t Marrick-graefschap heen,

Deur Burgerhout en Deuren Of langhs de Vlaemsche dijck, En zingen zonder treuren In des beroemde wijck: Leydt Karel nu gevangen Die ons soo plagh te prangen, Lof sy de groote Koningh Van Spanjen, door wiens deugd Onz’ Landen, Hof en wooningh, Weer groeyt en bloeyt in vreugd. Laet alle de Brabanders, En’t gantsch Land van Waes, Met Luycks, en Gulkerlanders Tot aen den Rijn en Maes Voort by malkander komen Hier aen de schelde stroom, En roepen sonder schromen Vry met een losse toom: Hier zit de Lotteringer, De straffe Landt bespringer, Geslote inder muyten, En smoort in sijn fenijn. Wy juygen hier na buyten, Soo krijght yder ’t zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Matroosen vreught · Anoniem · Poetry Cove