Skip to content
1696

Matroosen vreught

Anoniem

Na de Stemme: Het daget uyt den Oosten, &c. HEt Wand is uyt geschoten, God geeft ons goede vanghst, Om haringh is het wenschen, Daer na is veel verlanghst: Om haringh is het wenschen, Is het wenschen. Als wy maer haringh vangen Soo zijn wy wel te vree, Hoe wel wy dapper swerven Geslingert van de Zee.

Hoe wel wy dapper swerven, Dapper, Etc. De See is ons vermaken, Daer vinden wy ook lust, Hoewel sy altijdt hobbelt En selden blijft in rust, Hoewel sy altijd, etc. Wy hebben veel vyanden Die ons vast nemen waer, De Roovers van Duynkercken, De klippen hier en daer, De Roovers van, etc. De schadelijcke winden Het onweer van de lucht De See met sijn tempeesten Dat brenght ons op de vlught, De Zee met, etc. Geen zegen is voorhanden Zoo Godt ons niet gerieft, Hy kan den haringh geven Wanneer het hem gelieft, Hy kan den, etc. Wat staat ons te beginnen, Als wy dus zijn beswaert, Dan hem gestaegh te bidden Dat hy ons wel bewaert? Dan hem, etc. Dan hem gestaegh te bidden Dat hy ons zegen geeft, Op dat een yeder wel doet, En in Gods vreese leeft, Op dat een, etc. Ey buys-man laet u raden Al zijt ghy op de zee, Vreest Godt den Heer van herten, Ghy krijght zijn zeegen mee, Vreest Godt den, etc.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Matroosen vreught · Anoniem · Poetry Cove