De spaarbank.
Drie ambachtsgezellen belegden zamen eene som van f 1.44 in de spaarbank van zeker departement der maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen. De eerste gaf wat hij op dat oogenblik missen kon, de tweede het drievoudigen van den eersten, en de derde zooveel als de anderen beide zamen. Hoeveel gaf ieder?
Oplossing.
De eerste
18
cents.
De tweede
54
-
De derde
72
-
_____
zamen
f 1. 44
cents.