Skip to content
1731

Het wydberoemde Overtoompje

Anoniem

Op een aengename voys. MOeder ik ben nu getrouwd, Al in mijn veertien jaren, Dat met een oude koude man Van vyf en zeventig jaren, Y my, zy zey, Wel een ander wil ik paren.

Veel liever had ik aen myn zy Een bondeltje met biesen, Als by een ouden koude man, Men sou'er by bevriesen, Y my, zy zey, Een ander wil ik kiesen.

Veel iever had ik aen myn sy, Een bondeltje met hoje Als by een oude koude man, Vol luisen ende vloje; Y my, zy zey; By hem slaep ik so moje.

's Avonds als ik na bed zal gaen, Dan wou myn jonk hert wel wat rusten; Dan leyd hy sijn oude gat in mijn schoot, Hy zeyd laet ons wat rusten; Y my, zy zey; Ik leg vol minnelusten.

's Nagts ontrent de midder nagt, Dan klaegt hy over sijn oude lenden; Dan is sijn Ian Dirkse also slap, Hy kan hem keeren en wenden; Ey my, zy zey; Ik leg in zwaer elenden.

's Morgens als ik op sou staen, Doen ik na myn krank vermogen; Sijn brandewijns zoopje die staet 'er al klaer, Om zijn Ian Dirkze te doven; Ey my, zy zey; Dan lopen hem de oogen.

Nu raed ik alle mooy meysjes jong, En alle de schoon jongvrouwe, En die 'er so gaern eens hadden een sprong, Dat zy 'er geen oude man trouwen; Y my, zy zey; Dan ract gy in geen rouwen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het wydberoemde Overtoompje · Anoniem · Poetry Cove