Skip to content
1731

Het wydberoemde Overtoompje

Anoniem

Voys: Ik bender gegangen aen een groen kant. MEysjes weetie geen avans? Om met vruegde geld te winnen, Gaet na Uytregt waeg een Kans; Want daer is een groot gestoet, Heeren, Graven, Ryk van goed, Princen, Vorsten, Ambassaden, Zijn daer nu in overvloed.

Yder Vorst en Ambassaed, Heef veel Pagies en Lakeyen, Twintig dertig na sijn staet; Yder Pagie is een Man Als een Ionker of Graef Ian Daerom Meysjes trekt daer henen, Nu gy geld verdienen kan.

Daer is van alderhande aerd, Hoog en Nederduytze Vorsten, Schots en Yers en Savojaerd; Polen, Pruyssen, Italiaens, Portugees en Catalaens, Zweden, Deen, en Moscoviters, Engels, Hollands, Frans en Spaens.

Want de Stigtze Meysjes fraey, Winnen Geld by Dag en Nagten, Van de Pagies en Lakey; Op sijn Frans of Catelaens Op sijn Hollands, Duits of Spaens, Op sijn Yers, of Schots of Engels, Portugees of Italiaens.

Op sijn Pools, Savoys en Pruys, Op sijn Deens of Moscoviters, Op sijn Keuls en Waels in 't Kluys; Op sijn Zweeds of op sijn Haegs, Op sijn Befs of op sijn Kraegs, Op sijn Stigts, Zeeuws, Fries en Vlamings, Al was 't Tienmael alle Daegs.

Meysjes houd jou Beffen net, Laetse wel ter deeg bestrijken, Van een Ionker of Cadet; Want het werk is hier drok rollen, met de mangelstok, Drie ducaten voor een reysje, Speelen met de bonte rok.

Komt 'er dan een oude paep, Die sijn piek begint te roesten, Schuurtse wel ter dege fraey, Dan so krygje nering zat, En gy wind een grote schat Schuurd de snaphaen na de moden, Houd de pieken schoon en glat.

Toonje lustig fier en zoet, Eyst het geld eerst van te voren, Eer dat gy uw arbeyd doet, Schroomd niet voorje maegde blom, Al was't t'Uytregt aen den dom, Leerd van alderhande streken, Onder, boven, regt en krom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het wydberoemde Overtoompje · Anoniem · Poetry Cove