Een Nieuw Lied, of zamenspraak tusschen Kloris en Roosje.
Op een Aangenaame Wys:
Ik heb myn hart u opgedragen,
Met veel behaagen,
Ik heb myn hart u opgedragen,
Opregt is uw trouw,
En gy doet myn echter klaagen,
Roosje lief! myn schoone Vrouw.
Ik zoek u altyd te beminnen,
Met hart en zinnen,
Ik zoek u altyd te beminnen,
Met al myn magt,
Kan ik dan geen troost verwinnen,
Roosje lief daar ik op wagt.
Neen, neen Kloris 't zal niet hoeven
Myn te bedroeven,
Neen, neen Kloris 't zal niet hoeven
Dat gy uw kwelt,
Ik wou u reeden beproeven,
Die gy veelmaals hebt verteld.
Daar kan gy vast op vertrouwen,
o Roem der Vrouwen!
Daar kan gy vast op vertrouwen,
Het is oprecht,
Ik zouw met schrik niet ligt aanschouwen
Zo ik u valscheid had gezegt,