Skip to content
1802

Het vrolyk Catootje

Anoniem

De Zugtende Echt-Genoot, over de Slegte en Duuretyd. Wys: Wat is ons land vol vreugd.

1. Het is tans slegt gesteld. Een ieder schreeuwd om geld, Daarby is alles even duur, De Boter, Brood, en Zout en Zuur, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 2. De Man kwam s' avonds t'huis, En sprak: 'k heb munt nog kruis Verdiend, want alles lyd reeds stil. God weet waar het nog heenen wil, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 3. De winter komt op hand, En alles is van kant, Ons kleeren die zyn al verteerd, Waar m' zig des s'winters mee geneerd ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 4. Aanziet ons lieve wigt, Dat in haar Wiegje ligt, Het klaagt en kermd van de dorst, Geen voedsel in uw teed're borst, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree.

5. De Huishuur loopt ten end, Ach! wat een droef elend, m' Is niet in voorraad voor die man, Waar men hem mee betaalen kan, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 6. Maar ach! wat nu gedaan? Nu moet ons bed 'er aan, Men blyft tog graag zo lang men kan, Een braaf en nok een eerlyk man, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 7. Want als men niet betaald, Dan word men agterhaald, De Huisbaas word dan boos en kwaad, En zet ons boeltje op de straat, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 8. Den Koopman, Winkelier, Die heeft ook geen vertier, Die klaagt en kermt en zugt en beeft, Heeft byna niets daar hy van leeft, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 9. Een zeker man zei laast: (Ik stond 'er voor verbaasd) Myn Winkel die is leeg en glad, Zo lang geborgd als 'k wat had, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree.

10. Nu heb ik niet met al, Myn voorraad is van stal, Geen geld geen goed myn knegt en meid, Die heb ik ook haar dienst ontzeid, ô Wee, ô Wee, Ach hadden wy maar Vree. 11. Wierd het een beter tyd, Men werkte met veel vlyt, Och sprak de Vrouw houd goede moed Want na het zuure volgt het zoet, Hoezee! hoezee! Dan riep men geen ô wee, 12. God schenkt ons dat geluk, Dan zyn wy uit den druk, Ja, dan vergeet men ligt die smart, Die ons nu treffen, en het hart Steeds krenkt, steeds krenkt, 'Er wierd eens fris gedrenkt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het vrolyk Catootje · Anoniem · Poetry Cove