Stem: Myn welbeminde. WEg met dat werken, Wel poezel Meisje fier; Laat ons versterken, Ons hartje met plyzier! De koele Franze Wyn, Die doet ons vrolyk zyn: Kom wilt dog eenjes drinken, Een glas vyf ses met myn, Laat ons eens klinken. Segt u begeeren, Ik zal het doen myn Heer: Wilt commanderen: Ik voeg myn by u neer, En zal myn
aan u zy, Om eensjes zoet en bly: Met u Perzoon te wezen, Myn dienst myn Heer, 't Sal u gezontheid wezen. U blanke leden, O lieve jonge Meid: U zoete reden: Die maken myn verblyd, U Borsjes blank en rond: En uwer rooder mond, Staag in myn zinnen leggen, Zoo dat ik moet terstont, Tegen u zeggen Wel zoete Meisje, Lekkere honing dief: Kom hier een reisje; En weest tot myn gerief, Ik ben een frisse quant! En gy een schoone dant, Kom laat ons ondertusschen: Op 't zagte Ledikant, Elkander kussen. Iong Heer verheven, Ik zal tot u pleizier: Myn zelven geven, Kom blus u Minne-vier: Ik ben tot u bereid, En zal met al vlyd: U na u staat tracteren: En als een braave Meid, Accommanderen. Kom dan myn Liefje, Kom gaanen wy na bed: Myn honing diefje: Daar is niet dat ons let: Laat ons met goet verstant, dan blussen onzen brand, door een playzierig hakken; Ik weet gy noble quant, Kan het goet bakken. Kom dan jou Guitje, Kom aan ik ben gereed, Myn zoete Truitje: Het is aan u besteed; Ik zal nu na Buiksloot, Gaan vaeren in u schoot, En met myn fluitje speelen; Van Faldera in u bood, Sonder verveelen. Hey dat 's een leven, Wie wouder dood voor zyn: Kom wilt eens geven, De koele France Wyn, Fiool, Hoboo nog Bas; Komt by dees vreugt te pas, Laat ons dan nog eens klinken, En op het goet zucces, Te zamen drinken.
Cookies on Poetry Cove