Skip to content
1739

Het vermakelyk bagyn-hof

Anoniem

Vois: Tien pond snel. WAt ontmoet, Ymand aardigheden: Die zomtyds te voet, Gaat hoort na myn reden; Hoe ik lest ging heen, Soetjes na Amsterveen. Een zoet Dier, aardig fraay van leden: Quam tot haar playzier, Ook die weg getreden; Met een zoeten lag, Bood zy my goeden dag. Vriend ey zeg, Sprak dit zoete Meisjen: Waar zoo leid de weg, Seg myn dat een reisje; Wys myn eens waar heen, Ik ga na Amsterveen. Engelin, Waarde Lief geprezen: Is het met u zin, Ik wil garen wezen, U gezelschap Lief, Ik ben tot u gerief Ia sprak zy, Ik heb daar niet tegen, Wandelt maar met my; Daar is niet aangelegen, Ik ben wel te vreen; En wy kuyerden heen. Terwyl wy, Samen gingen wandelen; Raakten ik al vry: Wat van Min te handelen, Ik zey Liefste myn, Wilt gy myn byslaap zyn. Ia fiat, Sprak dit zoete Meisje; Keert weer na de Stad, Wy zullen een reisjen: Huyze braave quant! Nemen een schoonder trant. Deze blom, En ik gingen zamen: Soetjes zo weerom, Tot datte wy quamen, Binnen Amsterdam? daar ik wel haast vernam. Dat myn geld, Tot een enkel duytje: Haast was uitgetelt, Toen was 'et weg jou Guitje! Stieten myn tot loon, Als den verlooren Soon.

Uyt den huis, Namen myn o jeetje: Tot myn droevig kruis, Af myn boven kleedje! Gaven my doen rad, Een voet onder myn gat. Oorlof dan, Blyft uit zulke vesten: Spiegelt u hier en: Myd die vuile pesten, Want dit snoo gebroed, Doet nooyt aan iemant goet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het vermakelyk bagyn-hof · Anoniem · Poetry Cove