Ongestadigheit.
Toon: Ay wat hoort men vieze grillen.
HYlas heeft'er veel bedrogen
Met het klagen van zijn wond,
En verwekt tot mededogen
Door zijn treuren t'aller stont;
Maar 't verandren van zijn zinne
Doet my speuren wat hy is;
Dies ik nimmer hem kan minne,
Want hy gaat goê weegen mis.
Geestigheit en scharpe zinnen
Is 'et niet dat hem ontbreekt;
Maar 't is jammer dat daar binne
Zulken trouweloosheyt steekt;
Doch zijn wufte en lichte oogen
Doen hem treuren t'allerstont;
Want nooyt schoon komt hy beôgen,
Of hy krijgt een nieuwe wont.
Dan aan 't lopen, dan aan 't draven,
Dan aan' zuchten en gesteen.
En hy houd niet op van slaven,
Met zijn zuchten en gebeên,
Zo lang tot weêr nieuwe vonken
Blaaken in dat lichte hart;
Want een Juffer, door eens lonke,
Doet hem voelen nieuwe smart.
En dat duurt tot weêr een ander
Met haar schoonheit hem bekoort,
Dan is 't datelijk verander,
En de oude uitgesmoort;
Zo verslijt hy nu zijn dagen
Met verandering van zin;
Maar ik vrees hy zal 't beklagen;
Want een Straffer is de Min.
Catharina Questiers.