Skip to content
1654

Het tweede deel van de koddige olipodrigo

Anoniem

Kalver-liefde. Toon: Quite.

Jongman. WAar heen zoo vluchtig, mijn Beminde? Luystert na mijn droeve klacht, Die ik stadig dagh en nacht Uitstort onder deze groene Linde. 'k Bid, ach Schoonste! doch myn smart verzacht. Dochter. Ik luyster na geen droevig klagen, Noch ook na u náár geween;

Want mijn hart is als een steen, Dat verhart gestadig alle dagen, Daarom bid ik staakt al u gebeên. Jongman. Het water kan een steen beweegen Door 't gedurige gedrop: Dus ik op u hartjens top Gestadig stort een vloet van brakke regen, Uyt mijn vol en overlade krop. Dochter. Stantvastig lijkt gy in u spreeken; Maar waar 't hart gelijk de tong, Licht 'k my tot u liefde dwong,

Mijn hart beweegt wel door u droevig smeken; Maar ik vrees, gy zijt te los en jong. Jongman. Wel aan dan, schoone, wel beminde, Neemt proef van myn trouwe Min, Ziet of ik stantvastig bin. Rukt uit mijn hart, gy zult u beelt daar vinden, Twyffelt dan niet jonge zin.

Catharina Questiers.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het tweede deel van de koddige olipodrigo · Anoniem · Poetry Cove