Skip to content
1654

Het tweede deel van de koddige olipodrigo

Anoniem

Toon: O Wein du bist so hupsch / &c.

O Wijn! ô! wilt ons hulpig zijn, Wy barsten aan d' Olipodrigo, doch uw' Zonne - schijn Zal kooken, in de maag, De spijs die wy, te graag En gulzig, binne - vraten, Dies moet uw' heerlijk nat Doorstuwen been, en graten, En vervarschen 't kele - gat. Wat vreugd! wat aangenamer locht! Zie Bacchus sproeit de tafel met zijn heerlijk druive-vocht, De Romer is ten tap, Ik zet mijn gorgel schrap,

En breng u eens een heeltje; Hou daar, dat glijd 'er door, Nu luister na het Veeltje; Want dit dansje gaat u voor. O! evoë op Fluit en Bom, Dat deze gulde Fransche - Zon slechts rol de tafel om; Wat is de droge kost, Wanneer geen Manne - most, Met Amper - geur en krachten, De harde spijs verteert? Wie zal d' Wijn verachten, Als men hals en lenden smeert? Zo, overkostelijke Maats, Het Vreugde-Stroompje holt, en rolt, en tobbelt binnen gaats, De kruinen zijn bekranst, De Juffer zelver danst:

Wat zo, gezonde Zuster, Zet beid' uw' beentjes schrap, O! evoë! men kust' er Op Schabel, en Disch, en Trap. Dus hobbelt, 's werelds losze Zee, Die Questi die getiers hier zoekt, ey koom ter Tafel meê, Men zal hem, met een dronk, Of met een dubb'len flonk, Op zijn Poeëts doen zwijgen, Het Wijntje maakt de vreugd, 'k Wil dronk aan dronkjes rijgen Dus zoo mest men tiersche jeugd.

J. Bara.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het tweede deel van de koddige olipodrigo · Anoniem · Poetry Cove