Skip to content
1820

Het springende haasje

Anoniem

Op een Aangenaame Wys. 1. Elieze ik zag u en in minde, Liefde is beschroomd in minde en zweeg, 'k Was niet by u maer ik beminde, 'k Wanhoopte niet maer ik verkreeg, Ik zag u nog zoo fier zoo vuurig, My zoeken, staeren, steeds op my, Uw liefde lonkte my uw oogen, En deeze blik was veinzery. Bis. 2. Toen ik voor 't eerst aen uwe voeten, De tael der liefde hooren deed, Verstict uw hand my niet Elize, U moed, goot balzem op mijn leed,

Ik druk een kus op uwen lippen, En wendt het hoofd het rust op my, Een kusch brand ook op uwe wangen, En deeze kusch was veinzery. Bis. 3. Herinner u die schoone avond, Elize toen 'k met uw alleen, In 't lommer mirten boschje dwaelde, De liefde zweefde voor ons heen, Gt mind my zeide uwe lippen, ô! Leef gelukkig leef voor my, Gy noemde my u Vriend u minnaer, En deeze tael was veinzery. 4. Een ander bied gy uwe lippen, Een ander noemd gy uwe vrind, Een ander maekt u kusch gelukkig, Heeft hy u meer als ik bemind, Dikwerf zwoer ik voor uw te sterven, En ook deez' eed was veinzery, Elize 'k zweer voor u te sterven, Vaer wel, straks is u minnaer vry. bis.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het springende haasje · Anoniem · Poetry Cove