Skip to content
1820

Het springende haasje

Anoniem

Stem: 't Scheveningsche Meisje. 1. Daar was er een Meisje, Op een ruiter verzot, Moetje Engelsche bokken Of geen schoone sprot, Zy hierd er zoo dapper, Zy hield er zoo schoon, Braak neutjes, nieuwe neutjes, Braak neutjes als room. 2. Zy had er een paar oogjes, Zy leek er niet wijs, Een schootje Knapkoek, Voor een oortje Radijs, Zy had er een mondje Wild het verstaen, Daar kon er een Oorlogscheepje door gaan?

3. Zy had een paer Borsjes, Zy waeren ongeschikt, Van oude linnen lappen Maekt zy ze zoo dik, Zy hadt een buykje als een robbetje rond, Van oude lappen, veertien duitjes een pond. 4. Zy hadt een paer beentjes Als een Oievaar net: Moetje geen Latuw, Krooten of Vet: Ik heb het gezongen wilt het verstaen Het meisje is met de Ruiter gegaen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.