Skip to content
1747

Het Oranje vreugde-maal

Anoniem

Stem: Is het niet om te beklagen. BEsje begind’er te Spooken, Dat ’er het Waaltje ontsteld, Want hy heeft Besjes moy Goedje Verzopen, Met, met, al haar Zakken vol Geld. Zo ras als Besje nu was Begraaf, Sloeg hy ’t aan de Wind, Smeerde en Teeerde gelijk als een Graaf By, by, by, menig Venus-kind, ’t Was al voort Serviteure, Ik hebbe jou zo lief, Laat ikze jou Beesemen Keure, Ey, ey, doet my dit gerief. Zo heeft hy met al dit zwessen, Besjes Goed door gebragt, Nu loopt ’t Waaltje met sliep Schare Messen, Sliep, sliep, sliep Messen al zijn Magt. Dit doet zijn Hoofje nu klouwe, Nu al het Geldjen is weg, Maar als hy gaarn wat Slapen zouwe, Dan, dan, Spookt Besje, zo men zeg,

Dan komt zijn Besje op styven, Rammelen, zo by Nagt, Rossen, schieten, en tellen de Schyven, Die, die, ’t Waaltje heeft door gebragt. Dan begint ’t Waaltje te kreyten, Hy meend dat Besje dat doet, Om zo aan hem, hier door te verwijten, Dat, dat, hy verkwist heeft haar Goed, Dan toldze zijn Slys-wagen, Rom en tom door het Huys, Het geen het Waaltje zijn Hert door knagen, Dat, dat, beeft als een Muys. Alsse dan begint te Slypen, Dan werd het Waaltje zo bang, Dat hy van angst in ’t Bed moet Dryten, Als, als, als hy gedaan heeft lang. Als zy weer begint te Spinnen, Dan denkt het Waaltje eerst, Zo heeft Besje haar Goed gaan winnen, Dat, dat, dat ik verteerd heb meest. Och, och! wat zelze beginnen, Besje laat mijne in vree, Ze zel de Kost’ met Sliep Scheere-mes winnen En, en, doetze zo menigen tree. Ik ben zo zeer beladen, Zy trekk’ de Dek van ’t Lijf, Ze zel van schrik nog worden Malade, Zo, zo, zoze my nog by blijft. ’t Waaltje heeft duyzend benouwen, Derrift niet langer alleen Blijven, maar wil nu weer gaan Trouwen, Maar, maar, die hy ’t vraagt zeggen, Neen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het Oranje vreugde-maal · Anoniem · Poetry Cove