Op een aangename Voys.
BAchus maakt goede Cier,
En schenkt ons Wijn en Bier,
Ziet wy komen hier,
Met vrolijk getier,
Vlegten Venus Minnevier,
Wy komen allegaar,
Tot uwen Altaar,
Drinken den Wijn klaar,
Uw Nat ons zeer wel diend,
Gy word meer bemind,
Als het Venus-kind,
Wy zijn tot uw gezind.
Nobele Kwant,
Welkom in ’t Vaderland,
Wy zijn uw constant,
Vloeken Minne-brand,
En geven uw de Hand,
God Cupidoos Pijl,
Is maar Minne-gijl,
Baard maar onheyl,
Ik haat het Minne-spel,
’k Volg uw bevel,
God Bachus zeer wel,
En neem een Volle Snel.