Skip to content
1703

Het nieuwe vermeerderde groote harpje

Anoniem

Stem: O heylig salig Bethlehem. MYn hert bevrucht met vrolijkheyt, Doet my de geest door vreugd ontspringen, Om aen Gods hooge Majesteyt, Als nu een vrolijk lied te singen. Tot vrolijkheyt drijft my 't gemoed, Geen vrolijkheyd van aerdsche saken; Maer vrolijkheyt die vreugde voed, Alleen in Goddelijk vermaken. Op aerden is geen soeter lust, Geen hooger vreugde te begeeren, Als dat het hert in Gode rust, En sich van 's werelds af te keeren.

O! die de wereld wel besiet, Wat kan hy al in 't werelds speuren; De wereld die ons anders niet En geeft als strijd en droevig treuren. Ik sing u lof, O Hemels Heer! Ik sing u lof, nu dat mijn sinnen De wereld en het aerdsch geen meer, Maer God en 't Goddelijk beminnen. Ik sing u lof, nu gy mijn geest Hebt tot het geestelijk gedreven, Waer door ik na de ziele meest Bespeur een wel-gerustig leven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.