Skip to content
1703

Het nieuwe vermeerderde groote harpje

Anoniem

Stem: Van de Tien Geboden. KLaar als de Son sullen daer blinken Gods Kind'ren in des Hemels Troon,

Hoe soud een hert konnen bedinken Wat God den sijnen geeft tot loon. Keeren wilt u al mijn gedachten Op 't Hemelrijk schoon voor-geseyt, Om 't eeuwig leven te verwachten, Verlost van alle doodlijkheyt. Smaed en perijkel sonder schromen Is gantsch te niet door Godes hand; Smaed en druk sal zijn weg genomen, Als men komt in het Hemels Land God is daer altijd te aenschouwen In sijne heerlijkheyd seer groot, Die ons sal rukken uit 't benouwen, En geven ons sijn Rijke bloot. Recht wel gestelt na 's Schrifts vermeten, Sullen wy by onsen Heyland

En sijnen Vader zijn geseten, Tot sijnen dienst in 's Hemels Land. Voor kleed'ren sal hy ons aentrekken Zaligheyt, die daer is seer schoon; Ons met gerechtigheyt bedekken, En setten ons in 's Hemels Troon. By all' Heyl'gen sal men vergaren, En vrome Zaligen daer by: Veel duysend' Engelse Heyrscharen Zijn met ons, en wy met haer bly. Groote liefde, al sonder schroomen Sal daer wesen op dit termijn, Als wy by God en alle vroomen t'Samen sullen vereenigt zijn. Een Hemels wesen klaer en schoone,

Subtijl, onlijdelijk voortaen, Gelijk de Son aen 's Hemels Troone, So sal men daer voor Gode staen. En rusten daer van al 't bezwaren, Die vreugde word altijd vermeert: O Heer! laet my doch daer vergaren, 't Is 't gene dat mijn hert begeert. Send uwen Heyl'gen Geest beneden Op ons, dat die daer ons geleyd, Tot uwen Rijke vol van vrede, Door Jesum Christum ons bereyd. Dochteren Sions uytgelesen, Verciert u, gaet hem te gemoet, Hy komt die u ziel kan genesen, En geven u 't eeuwige goet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.