Skip to content
1800

Het nieuwe tulpje

Anoniem

Stem: Ach Moeder geef my toch een Man. 1Og Moeder geef my tog eens raad, Want ik wil gaan paaren, Gy weet ik kom vast nog te laat, ’k Heb al dertig jaaren Gewagt, op Mietje de bruinet, Maar die loopt nu thans voor slet, Zy laat haar zo, zy laat haar graag, Zy laat haar dikmaals zoenen, Wat zal ik daarmee doenen? 2De Moeder sprak och malle Klaas! Wat zult gy doen te trouwen? De Vrouwen die zyn thans Baas,

En wilje dat aanschouwen, Loopt dan eens by Buurman Piet, En ziet eens hoe of die booze Griet, Zy raakt hem zo, zy krapt hem braaf Zy trekt hem by zyn Hairen, Wil dog uw zinnen spaaren. 3De boosheid van die hoddebek, Is naauwlyks te verdragen, Piet zit maar stil, is byna gek, Van al dat duivels plaagen, En leggen zy dan zaam te bed, Dan komt nog de meeste pret, Dan stompt zy zo, zy trapt hem braaf, En schud hem by de ooren, Wie zou dat spel bekooren? 4Doch wilt gy trouwen’, gaat uw gang ’t Kan my weinig scheelen, Och neen! zei Pieter ik word bang, Voor al dat Huiskrakeelen, Maar moeder als je ’er wel op let, Een Vrouw is toch de meeste pret, Ik ben zo raar, ik word zo groen, Van onderen aan myn leden, Ik ben niet wel te vreeden. 5Hoor Moeder, ginter woond een Meid, Zeer ras van lyf en leden Die heb ik op een zekere tyd, Al om haar trouw gebeeden, Maar zy sloeg alles in de wind, En zei ik ben nog niet gezind, Het is zo vreemd, het is zo raar, Om by uw te vernagten, ’k Wil liever nog wat wagten.

6 ’t Is Betje, weetje nu wie ’k meen? Ik zal het doch eens waage, Al loop ik dan een blaauwe scheen, Het is tog ligt te waagen, Zy speeld gestadig in myn zin, Als ik aanzie die Engelin, Dan kryg ik zo, ik weet niet waar, Ja zulke raare Grillen, Tusschen myn buik en billen. 7Zo dra als Klaas de Meid aansprak, Was zy al voort geneegen Met hem te trouwen, maar myn zak, Is daar niet toe geneegen, Sprak zy, want alles is verteerd, Myn geld en goed, schoon dat niet deerd, Als gy maar wil, ik wil ook wel Ik wil wel met uw trouwen, ’k Hoop niet dat het my zal rouwen. 8Toen Klaas het ja woord had van haar Was hy zeer wel te vreeden, Sprak Moeder: onze zaak is klaar, Ik zal myn geld besteden, En koopen Huisraad pot en pan, Als wy dan Trouwen ben ik man, Dan zal ik zoo, dan zal ik haar, Eens deftig Caresseeren, Ja dat zal niet mankeeren. 9Zo dra was Klaas met Beth getrouwd Of zy begon te schelden, Jou droogkloot jy lyd als een houd, Daar ik myn zin op stelden,

Zomtyds greep zy hem by de kop, Of dan voor ’t gat een schop, ô Jee riep Klaas, ik ben misleid, Dat zien ik voor myn oogen, Ik ben geheel bedrogen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuwe tulpje · Anoniem · Poetry Cove