Skip to content
1800

Het nieuwe tulpje

Anoniem

Stem: Ik kom, ik kom hier om Melk te verkoopen. Neen, neen, ik wil niet langer blyven By eene altoos dronken man, Nog deezen morgen toen ik sliep, Nam hy de Ringen van myn handen, Terwyl hy als de duivel liep, Om die voor geld te gaan verpanden ô Welk een ramp, ô welk een kruis, En naauwlyks heb ik brood in huis.

Ja, ja ik wil my laaten schyje, Van die altoos dronken Vent, ô Hoe heeft my dien man bekoord, Toen hy als Vryer my kwam vryje, Zeg myn tog is ’t niet ongehoort, Een Vrouw zo om de Man te lyden, Ziet met dees hant wat stout bestaan, Kan ik hem in zyn aangezigt slaan.

Wat zal ik arme hals beginnen, Alles heeft hy doorgebragt, Wagt maar jou rekel kom maar t’huis, Ik zal u daadelyk moorres leeren, Ik slaan de beenen wis aan gruis, Zou jy maar steeds uw keelgat smeeren, Terwyl gy ons in armoe laat, Ach, ach ik word schier disperaat,

Neen, neen ik wil niet langer blyven, By een altoos dronken Vent, Kom aan laat ik nu spoedig gaan,

Om het goedje saam te pakken, Hoe zal de Vent verwondert staan, Als ik hem zo van myn zy laat zakken, Ja, ja dat word een fraaije klugt, Ik met myn Dogter op de vlugt.

’k Wil liever als een dienstmeid werken, Dan gestaag gekwest te zyn, Ha ha ik hoor de dronke Vent, Om zyn verlies reeds klaagen, kermen, Maar schoon hy ook zyn fout bekend, Ik zal myn echter nooit ontfermen, Ja schoon hy ook als Brugman praat, Neen dronken schoes dan word het laat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuwe tulpje · Anoniem · Poetry Cove