Skip to content
1800

Het nieuwe tulpje

Anoniem

Wys: Dat vry een Vrek zyn Schyven telt. Daar was een Meisje wel bekend En altoos melankolyk, Zag zy een Militaire Vent, Dan wierd zy rood of bleek, Die montering droeg die stond haar aan, Nu is de vraag waarom, Zy dagt die vriend die weet ’er van, Te speelen bom, bom, bom.

Daar kwam een Jager die haar kent, Doch was in ’t veld geweest, Die dagt het is een wild gediert, Maar ik ben niet bevreest, Hy dagt ik zal voor tydverdryf, Haar geeven wellekom, En schieten netjens op de schyf, Dan geeft myn bus bom, bom.

’t Meisje zag de Jager gaan, En zy dagt dat gaat raar, Met een kwam een Tamboer gegaan, Die voegde zich by haar, En sprak tot haar myn lieve meid, Als ik sla op den trom, Dan raak ik al myn droefheid kwyt, Door ’t geluid van bom, bom.

De andere dag kwam een Soldaat, Al met een Kanonnier, En zagen haar staan op de straat, Ha zusje woonje hier; Kom ga je even mee in huis, De meid zei ja, waarom, Dat weet je wel zonder abuis, Wy willen graag bom, bom.

In ’t kort toen kwam ’er een Hoesaar, Die vreide ongevraagt, Die meid die zei, ik word zo raar, Ik weet niet wat my plaagt, Hoe kenje klagen lieve meid, En vragen nog waarom, Het komt je zyt u bloempje kwyt, Geraakt door het bom, bom

Toen ging zy naar haar Ouders huis, Haar Moeder keek haar aan, De Vader sprak wat droevig kruis, Wat is myn kind gedaan: Ha Meisje zo ik zie het al, En kom je nu weerom, Ach Vader het is niemandal Ik heb maar gespeelt bom, bom

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuwe tulpje · Anoniem · Poetry Cove