De Tiende Vermakelikheit.
Wel nu de Kerkgang is gedaen
De Tiende vreugt komt nu me aen
Het kint moet in de Kleere zijn
Dat baerdt weer vreughde sijn,
Schaft nu Gelt, Ongetelt,
Het kint goed, Hebben moet
Musjens sick, Lind en Strick
En noch meer Poppe goet:
Wie kan het bedenken al,
Kantjens reyn, Hempjes Fijn
Ketting snel, Met een Bel
Fluyt daer aen Vry voortaen
Want dat past u seer wel:
Oock een Kackstoel dienen sal
Kraem-heer gy weet nu wis
Wat dat Huys-houden is
Al werd u Beurs en Kas gesteurt
Ey daerom niet en treurt
Daer moet oock zijn het kindermael,
Al aen de vriende generael,
So dat by u schier dag voor dach
Een nieuwe Kermis sagh
Maer gants doot, Sackerloot
Wort aldaer, 't Eerste Iaer
Soo veel Gelt, Reets vertelt
Wat zal 't zijn dan hier naer:
Als u Klockhen stadigh leght,
Een goe rest, Vijf of ses
Soo al vort, In het kort
Over-wint, Soo gezwint
Seght my eens wat u schort:
Hoe na is dees winst te slecht,
Dat gy niet eens meer slempt
Is de Beurs al gedempt
Hier mede wens ick u de Vree,
En steekt mijn Sweert in d'schee.
EYNDE