[Carel Koningh van Engelant] Op een aengename Voys Koning van Vrankrijk. CArel Koningh van Engelant, Waerom biet ghy de Prins de hant? Ghy weet hy hout het met Spanjen, Hy doet hem onderstant; Verlaet den Prins van Oranjen, En jaeght hem uyt Engelant. Koningh van Engelant. Waerom sou ik hem verjage met schroom, Hy is mijn Neef en ick sijn Oom, Al van mijn Suster gebooren; Hy is mijn naeste Bloet Hy mach niet gaen verlooren: Och Koningh, siet wat ghy doet. Koning van Vrankrijk. Ick sal u Neef besorgen wel, Laet mijn maer voortgaen in dit spel; Als ick sal hebben gewonnen Heel Vlaenderen en Brabant,
Dan sal ick u Neef de Prins loonen En geven hem veel goet Lant. Koningh van Engelandt. O! neen gy komt mijn soo niet by, Dan mocht gy vallen heel op my, Als ghy het land hadde gekregen, Dan waert ghy machtigh rijck, Het Leeger-huys is daer tegen, Het Hooger-huys van gelijck. Ick ben gedachtigh dat goet hart Dat mijn getoont door Spanjen wart, Doen ick als ballingh most vluchten, Verlaten Kroon en Staf, Doen quam ick tot Spanjen suchten, Die mijn onderhoudingh gaf. Koning van Vrankrijk. Ick sal u geven Rijckdom en gelt, Laet mijn behouden maer het velt, Den Prins u Neef verjagen, Verlaten den Spaensen Vorst, Dat ick de Kroon magh dragen, Daer mijn Edel Hart na dorst. Koningh van Engelandt. De Prins mijn Neef verlaet ick niet, Noch Spanjen oock gelijck men siet, Ick wil hem het Landt doen houwen, De Prins in Engelant quam, Aldaer dee ick hem trouwen, Met een Edel Madam. Koning van Vrankrijk. Eylaes ick sie wel wat daer schort, Dat gy de Spanjaerts Vrient nu wort, Gy seyt gy sout mijn geven, Bystant tot inder Doodt, Sy hebben den Prins verheven, Gy maeckt hem noch eens soo groot. Koningh van Engelandt. Stelt vry den Oorlogh aen een sey, Gy krijght geen hulp meer van my, Zeght Koninck wat kant u schade, Dat gy scheyt uyt Brabant, Ick wil u tot Vrede raden, Geeft dan u Broeder de Hant. Koning van Vrankrijk. Adieu wilt ghy mijn verlaten gaen, Soo is het haest met mijn gedaen, Zou ick het Landt quiteeren Och dat waer mijn groot spijt, Ick wil mijn verdessenderen, Eer ick het al wort quijt.
Cookies on Poetry Cove