Stemme: Sal ick noch langer &c.
Wel op mijn Harp wilt vrolijck wesen,
En spelen een nieuw Bruylofts-Liedt,
Gy die hier zijt vergaert mits desen,
Weest vrolijck alle die gy ziet:
Als man en vrouw,
In echt en trouw,
Als man en vrouw vergaert tot een gemeen,
Die waren twee, door 't Huw'lijck worden een
Dit goet gespan, tot Godes eeren,
De Werelt wijt vermeeren doet:
Wijck daer niet van, maer van die leeren,
Af keeren van den echten voet:
Oorblasers quaet, en haren raet,
Oorblasers quaet, vliet de Schriftuer verbrant
En die quaet spreken van den Echten-stant:
Van sijne Bruyt, sijne Gemeente,
Selfs Christus is den Bruydegom;
Vlees van sijn vlees, Been van sijn gebeente,
Is elck geloovigh mensche om,
't Af-beelt hier van, Vrou ende Man,
't Afbeelt hier van zijt gy Bruydegom en Bruyt
Dit Beelt drukt met Godsalig leven uyt.
Prins Bruydegom leeft lange jaren,
Met u vrou Bruydegom vreede rijck,
En spant tot vrede liefdens snaren,
En Godvreesentheyd te gelijck:
Soo sal den tijdt,
Die 't al verslijt,
Soo sal den tijd u altijd maken vroet,
In lijden duldigh, danckbaer in voorspoet.