Skip to content
1690

Het nieuwe groote harpje

Anoniem

Stemme: O ongeluckigen dagh. Wat is den Mensch eylaes! Een Worm, een Wormen aes, Een maden zack een Water blaes, Wat is sijn leven vol verdriet? Een droom, een stroom, en anders niet. Sijn Lichaem is een Kluys,

Een aerden Pelgrims huys, 't Welck haest vervalt tot stof en gruys, Wanneer maer eens de bittere doot, Sijn mag're voet daer tegen stoot. Hy leeft een kleynen tijdt, Die als een kleedt verslijdt, En heeft een langen bangen strijdt, Hy slooft, hy sorght, hy vreest, hy hoopt, Soo langh het glas sijns levens loopt. Vergeefs en weent hy niet, Soo haest hy de aerde ziet, 't Ellendigh dal van zijn verdriet: Al schreyend hy sijn intree doet, En dees bedroefde Werelt groet. Maer sag hy al sijn leet,

Hy smolt in Tranen heet, Eer hy met Windels wiert bekleet, Want 't is al hertzweer en ellent, Waerd' armen mensch zijn oogen went. Noch siet men dat dees gast, Die af neemt als hy wast, Soo seecker leeft, en woont soo vast, Als hadd' hy door een nieuwe vont, Met doodt en hel een vast verbont. Hy woelt, hy droelt, hy speelt, Hy singht, hy springht, hy queelt, Met ydele vreught hem selven streelt, Seer weynigh denckt hy op dien dag, Dien hy doch niet voorby en magh. De dood een dief by nacht,

Betrapt hem onverwacht, Dat valt hem zwaer en seer onsacht: O 't sterven valt hem wonder suyr? Die 't sterven leert in stervens uyr. Doet my gedencken Heer, Hoe los, hoe bros, hoe teer, Mijn leven is, op dat ick leer, Wel sterven vroegh terwijl ick leef, Dat ick mijn hert tot wijsheyt geeft. Amen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuwe groote harpje · Anoniem · Poetry Cove