Skip to content
1690

Het nieuwe groote harpje

Anoniem

Stemme: O Zaligh heyligh Bethlehem. Myn hert bevrucht met vrolijckheydt, Doet my de geest in vreugt ontspringen, Om aen Gods hooge Majesteyt, Als nu een vrolijck Liedt te singen. Tot vrolijckheyd drijft my 't gemoet, Geen vrolijckheyd van aertsche saeken, Maer vrolijckheyd die vreugde voet, Alleen in Goddelijck vermaecken. Op aerden is geen soeter lust, Geen hooger vreugde te begeeren,

Als dat hert in Gode rust, En sich van 't Werelts af te keeren. O die de werelt wel in siet, Wat kan hy al in 't werelts speuren; De werelt die ons anders niet En geeft als strijdt en droevigh treuren. Ick sing u lof! o Hemelsch Heer, Ick sing u lof na dat mijn sinnen, De werelt en het aertsch geen meer, Maer God en 't Goddelijck beminnen. Ick sing u lof nu ghy mijn geest Hebt tot het Geestelijck gedreven, Waer door ick na de ziele meest, Bespeur een wel gerustigh leven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuwe groote harpje · Anoniem · Poetry Cove