Skip to content
1690

Het nieuwe groote harpje

Anoniem

Op de wijse: O! Ongeluckigen dagh. Gae 's Werelds Minnaer vliet, Mijn Liefde kent gy niet, Ick zing mijn Bruyd'gom een reyn liet, Sie mijn vond lange eer ick hem vandt,

Om dat sijn liefde in my brant. Waer siet ghy schoonste om, Naer u trek my ick kom, Waer zijt ghy Vrind, mijn Bruydegom? En segget die mijn Ziel belust Waer dat ghy in den middagh rust. Suster Bruydt ghy zijt mijn: Lieflijck is u aenschijn, Een Lelie onder de Doornen dwanck, Is sy die mijn liefde schanck. Een Troost woort van mijn Vrind Is my een duysent vreught, Boven mijn leven en alle geneught: Nochtans die troost mijn Ziele eer lanck, Ick ben van liefde kranck.

Hy sent my booden veel, Hy troost my wel van veer, Door brieven, maer o mijn Lief wanneer, Wanneer sal hy my kussen fijn? Selfs met de kus sijns monds devijn. Dochters van Zion reen, Ierusalem gemeen, Waer wildy schoone der Wijven heen? Komt siet, Hy die mijn ziel behaeght, Die is gebooren van een Maeght. O schoonheyd over-schoon, Mijn Lief is Godes Soon; Mijn Broeder en oock des Menschen Soon; Die door sijn liefde my versaet, Die sterft de dood om mijn misdaet. De Dood van mijn Lief was,

Mijn eeuwig leven is, Mijn Lief is mijn, En ick ben zijn. Komt gaen wy Christ-geloovige stam, Komt tot de Bruyloft van het Lam.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuwe groote harpje · Anoniem · Poetry Cove