Een aardige ontmoeting, dat een jonkman op schaffen rydengehad heeft, met een ryke madamme. Stem: Schoon Isabel, vertaet myn reden wel. EEn Juffrouw fier, Ging uyt om haer pleizier, Al na een Eyland om daar de Zee te zien, Wat vond zy daar ook staan, Een Jongman aangenaam, Zy vroeg of hy eens met haar uit reyen wilde gaan,
2. Ja Juffrouw zoet, ik ben bereid met spoed, Om u te dienen met myn vleesch: en Bloed, Ik bid u treet maar in; Ik zal uw na uw zin, Alzoo zagtjes Ryen als gy wezen wilt.
3. Zy reden daar, Zo zoetjes by malkaar. Tot dat zy quamen aan een Herberg klaar Daar men tapte Wyn en bier En zit by een groot vier, De Juffrouw met de Ryer maakt een Pleizier;
4. Voort lietze daar, En bed op spreiden klaar, Daar die twe Liefjes op rusten met malkaar; Klein Cupidootje net Die op de zaak wel let, brogt die twee Liefjes samen ook te bed.
5. Zy traden in, Al na haar lust en zin 't Was om te speelen het zoete spel van Min, Zy zyn te rug gegaan, Tot dat den dag quam aan, Klein Cupido die had zyn Pligt voldaan.
6. Den Dag quam aan, Zy moesten scheiden gaan, Zy zey Jongman gy kunt Wel heene gaan, En sprak daar is een Kroon, Voor u verdiende loon, Ik heb myn genoegen al van u Perzoon.
7. Neen brave Meid: 't Is zo niet gezeid; Myn Loon is meer als myn arrebeid, Ik heb de heele Nagt, Met vreugden doorgebragt, Ik ben geconsenteert Al voor de gantsche Dag
8. In korter stond: Zy wierd zo netjes rond, Wel jonge Dogter wat zyt gy zo ongezond, My dunkt gy gaat swaar Zegt my wie is de vaar, Gy zult het myn zeggen voor de waarheid klaar.
9. Ach moeder ziet, Te regten weet ik 't niet, Maar Adrianus die zal my helpen uit 't verdriet, Als ik koom in de Kraam, Zal hy voor Vader staan, hy heeft zyn dingen heel wel gedaan.
10. Die schoon Madaam, Die quam daar in de kraam Al van een zoon Adrianus was zyn Naam, Hy wierd ontboden ras, dat hy de Vader was, Want hy kon zyn Ambagt wel van pas. EYNDE
Cookies on Poetry Cove