Skip to content
1679

Het nieuw Amsterdams minne-beekje

Anoniem

Stem: Ick hebber een Liefje in, &c. KOmt Vryers, en Vrijsters, komt ghy ongehoude, Komt kreupele, en lamme, en alle getroude Komt Weeutjes, en Weeuw’naers hier isser de Man, Die al u gebreecken haest helpen kan.

Ey staekter u treure, ’t sy vryer of vrijster Al hebt gy een Bochel of siet gy wat byster Of staender u Heupen wat uyt de koot, Hy weet u te helpen uyt desen noot. Het isser een Meester, die trost meester Joris, Hy lacht met de Kunsten, van Hans karkedoris Den wilde Boer met sijn paert of sijn hont die acht hy soo vele gelijck een stront. Dus hebt ghy een Vrou, of Vrijster die scheel is, Hy siet in het Oog waer datter het speel is, Hy keerter den Appel eens rondom maet, dan proncktse en lonckse, soo regt als een draet. Of heeftse een bultje van achter en vooren, dat weet hy te smeeren soo net na behooren, Soo dat het valt af gelijck als een Vrat, Het Boesemtje netjes, en ’t Ruggetje plat. Of staen haer de zijden, te seer in gebogen, Of zijnder de heupen te hoogh opgetogen, Of staeter het heele gestel wat manck, dat weet hy te helpen met eene dranck. Pockdalen, en qualen, van kinnen en lippen, Van Hack’len en Breyen, en andere knippen, die hellipt hy staende, al met ’t gesicht, ’t Is of gy eens wiert van den huyg geligt. Dus Vrijsters, Vrijers die door u gebreken, Alleenigh moet slapen, en blijft soo versteecken, Van ’t soete solle bollen, loop an, en loop rat, dewijl dat de meester is binnen de Stat. Gehoude, getroude, en wilter niet wagten Al bent gy Gepaert, hebt ander gedagten,

de Schoonheyt die prickelt de lusten seer, Men geefter malkander, een kusje meer. Noch heeft hy veel poeders, en andere drogen, Om Ouwen, en kouwen, die heel niet en dogen, Weer fraey te cureren, dat elk als een man weer kousjes sal stoppen, en broeck lappen kan. Zo yemant soekt dese meester te spreken Tot smeeren, Cureren van hare gebreken, die soeckt hem al in de Kreupele Pier, In het smeervet steegje, by Jean Zoucier. dit is nu genoegh voor alle geleerden, Indien u nogh ander gebreecken manqueerden, die men hier om eerbaerheyt niet en stelt, Hy sal u al helpen, waer dat het quelt. Za hoopt dan, en loopt dan, by dagen en nachten, Want sy hem in andere Landen verwagten, En blijfje dan kreupel, gebochelt, gebult, Zoo krijgje geen vrijer, want ’t is u schult. Komt Scheele Pieternel, Trijn Leep-oogh, Scheeve Ianne, Met plat geneusde Lijs, Maey Bochels, Swarte Tanne, Griet met u Horrele voet, komt oock Pockige Ael: Want dese Meester sal genesen u Luye quael, Kleyn Ian met u Rapier, die garen groot sou Wesen, Gy hoeft u Schoenen niet soo hoogh meer als voor desen Te laten maecken, want dees Meester sal daer Gist In leggen, waer door ghy opwassen sult gewis. Maer bent gy lebbig, Nors, Kijfagtig vloeckig, tieren, Of hebt gy Dommenateurs, of frekkig qua manieren, Van dese qualen hy u niet Cureren kan, Doch ghy kont daer u selfs het beste helpen van. EYNDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het nieuw Amsterdams minne-beekje · Anoniem · Poetry Cove