W.
Wat is het boere leven zoet.3
Wy dogters mogen wel klagen.6
Wat zal dese sloer beginnen.11
Wel wat let de Jeugd.20
Wel kesie maat wat mag het wesen. 28
Wanneer de son in ’t morgen-rood. 57
Wanneer de son syn paarden ment.71
Waar mag myn rosie wesen.77
Wilt aanhoren sonder storen55
Eynde des Registers.