Skip to content
1717

Het harders-stafje

Anoniem

Stem: Tryn kedaer hoe zalt nu weesen: MEen jy, zuur-muil dat jou kaaken? My doen kwijlen als Piet Snot; Of uw min my ooit zal maaken, Tot een sprot of rommelpot; Neen, al uw bevalligheden, Als de deur van ’t Rasphuis zijn, Nimmer waardig aangebeden: Ik bemin de koele wijn. ‘k Lag met al de viese grillen, Van je trotse bokkigheyd: ‘k Wil daarom geen uyen schillen: Weg met zulk een lompe meyd, Meen gy my door waan te blinden, En misleiden, door uw schyn? Neen moer, daar zeljy ’t niet vinden: Ik bemin de koele wyn. Zoud’ ik u vergeefs flikfloojen; Neen, dat doe ik niet zo ligt, Of je moest al roosen strooyen, Uit een vrind’lijk aangezigt: Maar altyd een bek te trekken Als een schol, of gnorrig zwijn, Loop, dat is maar voor de gekken, Ik bemin de koele wyn. Dat men een pourtret geplakt vond: Voor het vrouwe kakhuis staan,

Even vies of ’t vol gekakt stond; Niemant dorst op ’t huisje gaan. Also gruw’lyk en afschuw’lyk: Staat jou domp en tronie. Tryn. ’t Zel je schae doen aan je huw’lyk, Want ik min de koele wyn. Onder schyn als ofje afkeerlyk, Van de min en ’t manvolk waart, Benje nogtans ze begeerlijk: Als de katje in de maart, Schyn bedriegt die ’t hoofd laat zakken? Als een bies (hoe super fyn) Ziet men ’t ligtst het kooltje bakken, Ik bemin de koele wyn. Voor die u na ’t gat dan loopen, En uw minnaers zyn kwansuis, Staan diverse huisjes open, In het Dol-of Laz’rushuis: ‘k Zieje dan nog honger-basten, Na de vryer, schyt fenyn. Wie boort graag in harde kwasten; Ik bemin de koele wyn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het harders-stafje · Anoniem · Poetry Cove