Skip to content
1717

Het harders-stafje

Anoniem

Vois: Verdwaelt zynze van de reden LEANDER Spreekt tot zig self. WAar mag myn Roosje weesen, De Son is al gereesen, Ach ik begin te vreesen, Waar mag myn Roosje zijn:

Ligt legt zy noch te slaapen: By al haar vee en Schaapen? Verliefde Herders knaapen, Ik leef in groote pijn. ’k Sal op myn harders rietje? Speelen een minne-liedje, Ach! hartje dan genietje, Noch blijdschap voor verdriet, ‘k Sal hier een weinig wagten, Om myn druk te versagten, En storten hier mijn klagten, Aan deeze Watervliet. ô Beek uw zilv’re vlieten; Doen my veel vreugd genieten; ’t Geschal van harders rieten, Is lief en zacht en zoet; Wat vreugd heb ik vernomen, Daar ginter aan de boomen: Sie ik myn Roosje komen, Ik ga haar te gemoet. LEANDER spreekt tot zyn Rosemond. Ik groet u myn beminden, Hier onder deese Linden, Ik kon u nergens vinden, Voor dat ik u daar zag. ROSEMOND. Ik groet u ook Leander. LEANDER. Lief gaan wy met malkander, ‘k Bemin u en geen ander, ROSEMOND. Wat gy al zeggen mag. Wilt zulke reden laten!

Harder wat meugd gy praaten. LEANDER. Myn Lief en wil niet haten: Het geen ik tot u spreek, ROSEMOND. De harders zijn maar vleyers, En regte Nimph verleijers, Ia mins geheim uytbreyers, Ik lag met uw gesprek. LEANDER. Myn rosemond, door minnen; So brand mijn hart van binnen: Alleen om u te minnen: Staa ik geheel in brand. ROSEMOND. Gy kunt wel deftig missen: Leander, wel waar isse, Myn bloed begint te sissen, Harder laat los myn hand. LEANDER. ô Mond vol zoete praatjes, Al wand’lend in de paatjes, In ’t lommer van de blaatjes: Van Elst en Popelier, Laat ik uw Schaapjes weyden; Langs berg en groene heyden: In klaverryke weyden, Tot uw mijn Liefs plaisier. ROSEMOND. Gy weet my zoo te smeeken; En minnelijk toe te spreeken: Maar harders slimme streeken: Die acht ik niet een beet.

LEANDER. Mijn Lief mijn uyt-verkooren; Wil na mijn reeden hooren; Wil onse Min niet stooren, Wat vreugd hebje in mijn Leed. Ach! mogt ik u beweegen, Mijn lief waarom gezweegen. ROSEMOND. Leander ik ben genegen, Tot U, mijn levens tyd. LEANDER. Kaakjes met bloosje, Mijn hoop mijn Schat mijn troosje, ’k Bemin u ook mijn roosje: Tot dat de dood ons scheyd. ROSEMOND. De Min mijn lieve bekje, Met Cupido dat gekje, Dat Guitje, ô dat trektje Haast onder zijn gebied: ô Wat al zoete dingen, Komt gy mijn Lief voortbringen, Mijn Engel laat ons zingen: Op Trouw een Minne-Lied.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het harders-stafje · Anoniem · Poetry Cove