Skip to content
1717

Het harders-stafje

Anoniem

Stem: Prins Robberts Mars. HOe slegt of wys, Hoe kleyn; of groot; Ter wereldt is geen man, Die hem gelukkig voor zyn doodt, Verseekert houden kan: Dus gy die op u rijkdom steunt, Deur hoogmoet Godt vergeet, Gy staend’ denkt dat gy vallen kent, Al eer gy ’t selver weet. Dees leering komt van zolon soet, En wijst ons Cresus aen, Dat Staet, dat pragt en hooge-moet, Wel schieloos kan vergaen: Dies hy die hem gelukkig agt, En steunt op zijn gebiet, Die raekt al rijst hy in ’t gedagt, Met Cresus wel tot niet. Die oyt zijn selven heeft verhoogt, Wat is hy dog geweest; Door hovaerdy is babels voogt, Geworden tot een beest, Die Mardogai na ’t leven stondt, En zijn bederven sogt,

Wierdt met sijn eygen swaerdt gewont En aen de Galg gebrogt. Die ’t heyligdom en ’t heylig graf, Tempel en altaers schent; Die ’t suyver vol onsuyver gaf; Hoedanig was zijn end’; In d’aldermeeste vreugt en schrik, Wanneer hy sag de handt, Al schryvend’ op den oogenblik, Zijn sterven aen de wandt. Hy was die moeders lijf op sneedt, En Romen branden liet: Zijn eygen beul, en moorder wreedt, Wat is die geen geschiet, Die d’arme lieden heeft verbrandt Als muysen, kleyn geagt; Werdt van de muysen door Gods handt, Vernielt, en om gebragt, Die menig mensch het leven nam Met water, swaerds, en vier, Godt gaf dat hy om ’t leven quam als een ellendig dier: Dus schouwt de Pragt en hovaerdy En alle boosheyt fel, Zoo blyft gy van Godts straffe vry; En ’t gaet u eeuwig wel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het harders-stafje · Anoniem · Poetry Cove