Skip to content
1630

Het Christalyne spieghelken

Anoniem

Op de wijse. Als voren. O Dochter uytvercoren, Mijn alder-liefste Bruydt, Tot my soo neyght u ooren, En hoort naer mijn gheluyt: Als ‘swereldts ydel kout, Daer van dogh niet en hout, Komt vlieght ter wereldt uyt. Ick uwen Godt almachtigh woonend’ in’t hemel-rijck, Heb uws gheweest ghedachtigh, Die maer zijt stof en slijck: In eene Maghet schoon,

Ben ick Godts lieven soon, Gheworden uws ghelijck. Kan schoonheydt u vermaken, Rijckdom oft edel bloedt, wilt na mijn schoonheydt haken, Die ben het hooghste goedt: Gheen edelder men vond’ Oyt in des wereldts rond’, Mijn liefde smaeckt soo soet. Mijn onghemeten minnen, welck my bevanghen heeft, wilt neerstelijck versinnen, Voor liefde, liefde gheeft: wat ick voor u ghedaen Heb, wilt wel gaede slaen, Soo langh uwe ziele leeft. Weynigh docht my te wesen, Dat ick verdroegh de doodt. Voor u Bruydt uytghelesen, Dat deed de liefde groot: Waer med’ ick nu verweck V hert, en dat voorts treck Tot in mijns Vaders schoot. Hier sal ick u voorts houwen Al van mijn huysghesin, Met mijn ghenaede trouwen, Mijn duyf, mijn Koninghin: wel aen, laet varen dan,

Dat u beswaren kan, Mijn Bruydt welck ick bemin. V herte wilt my schencken, Met een gheloft’ daer by, Wilt op mijn liefde dencken, Houdt u van sonden vry: My toch altijdt aenhanght, Naer my altijdts verlanght, Wenscht eens te zijn by my.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Het Christalyne spieghelken · Anoniem · Poetry Cove