Skip to content
1640

Haerlems oudt liedt-boeck

Anoniem

Stem: De Velden stonden groen en breyt. Een Boer-man had een domme sin, Daer op schafte hy zijn ghewin, Het voer een boer uyt meyen, Hy brocht zijn Heer een Voeder Houdts Zijnder Vrouw’ een koele Meye. Die Boer al op de Hove tradt Die Vrouwe op hoogher Tinnen lach Zy lach op hoogher sale, Mocht ick een korte wijl by u zijn, Ocl have daerom mijn ros mijn wagen. Die vrouwe die reden soo haest vernam Sy liet den Boer-man komen an Soo heymelijck al stille, Al in een duyster Kamerken

Daer deden zy twee haren wille. Doen hy zijn willeken hadde ghedaen, Den Boer moest vander Tinnen gaen Ende bestont te klaghen, Ick segh dat ’t een als t’ander is, Mijn Hout mijn Ros mijn Waghen. Mijn Heer quam uyter jacht ghereen Hy hoorde den Boer-man klagen certeen Ghy seght ’t een is als t’ander, Hy sprack Boer-man seght my de reen Hoe ist hier met elkander? Die Boer had schier een leugen bedocht Ick had een voeder houts ghebrocht En daer was een krom hout onder, Ick segh dat ’t een als ’t ander brandt Als het by ’t vier kan komen. Hieromme was u Vrou soo gram Dat zy mijn Ros mijn Waghen nam Om sulcken klynen schulde, Ick bid u lieve Heere mijn, Verwerft mijnder Vrouwen haer hulde. De Heer ginck voor zijn Vrouwe staen Wat heeft u desen armen Boer misdaen Schaemt ghy u niet der sonden, Geeft hem zijn Ros zijn Waghen weer, Laet hem varen in korte stonden. Vaer heen, vaert heen goet Boere mijn, Dat eerste sal u vergheven zijn Vaert heenen dijner straten, En komt doch weder als ghy meucht Brenght ons dat krom-hout vaken.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Haerlems oudt liedt-boeck · Anoniem · Poetry Cove