H.
Het Nachtegaelken kleyne.40
Hanselijn over der heyden reedt.44
Het waren twee Koninghs Kinderen.45
Hansje de Backer by der strate was.47
Het reet een heer met zijn schiltknecht.48
Het was een fraey rijck borgers kint.58
Het is gheleden soo men seydt.61
Het was een Iager een Weyman goet.64
Het gheschieden op een soo goeden.70
Hey wie wil hooren singhen.71
Het wasser een Goutsmits Dochter.72
Het is goe peys goe vrede in alle.73
Het was een Kint so kleynen Kindt.74
Het was een hubs bruyn Elselijn.76
’t Hert is met druck bevanghen seer.81
’t Hert is my soo seer bekommert.84
Het reeder een Riddertjen uyt jagen.101
Het was een valsche Stiefmoer.103
Het wasser een Knaepjen van.106
Hier kamen whir Hern.107
Hoe legh ick hier in dees ellende.108