Skip to content
1722

Gheestelijcke Harmonie

Anoniem

Stemme: Iesu die 't al verblydt. [Nu] heb ick Jesu moet, [Al]s ick u sien besproet, [Van he]t hooft tot de voeten in u bloet, [Als ick u s]ien doorwont, [Met fl]uymen voor u mont [Ten to]on gestelt daer al de werelt stont, [N]u hoop ick dat ghy [S]ult komen noch vrij, [W]ant hy beladen [I]s met groot misdaden, [D]ie daer staet aen u zy. [Ma]er ach wat ick my streel! [Daer] zijnder al te veel, [Sy ro]epen samen uyt met luyder keel; [Laet] Barrabas ons vrij, [Maec]kt Jesus aen een zy, [O wat] een Goddelose rasernij! [H]y moet met pijn Genageldt zijn Aen 't Cruys verheven,

Daer moet hy aenswegen, Sijn leven doet ons pijn, En hoe 't Pilatus keert Hy is al overheert, Het grauw al op gehitst was soo geleert Dat men hem dooden sal, En met een groot getal, Kruyst hem, Kruyst hem, riep ider met geschal Met koelen moet Versochten sijn bloet, Het doet ons hinder Het komt op ons Kinder Riepen sy wel gemoet. Maer eyscht ghy soo ter doodt, Die was u troost in noodt; Is Joden uwe bloet-dorst dan soo groot, Ghy riept voor korten tijdt Komt in ghebenedijt, En nu roept ghy van hier vermaledijt Waer blijft ghy nu, Die plaghten aen u, O Joden te geven, Gesontheydt en leven, Komt treedt hier tot hem toe. Lijdt ghy dat men verwijst, Dat 't leven hy verwijst, Die u soo mildelijcken heeft gespijst? Weest anders van gemoet, Stort geen onnoosel bloet Die vroegh en laet gedaen heeft u veel goet Ick bid u scheyt Vyt dese u boosheydt Wilt niet verraden

[Di]e bitter staet en schreyt. [En of] Pilatus wast, [Sijn ha]nden, ghy sult ras, [Jerusal]em worden gewaer een last [Want w[aght een veertigh Jaer, [Dan sul]t ghy met misbaer [Dees f]ijne doot besueren allegaer, [Ic]k sien Certeyn, [U] kinderen kleyn, [En ooc]k de Moeders [Suster]s en Broeders [Om]brengen in 't gemeyn. [My d]unckt ick sien beleyt [U Stad]t, voor u boosheydt? [En dat] men daer meer bloet, als tranen [s]chreyt. [Ghy ooc]k ten Jonghsten dagh, [Beproev]en sult een slagh, [Pilate sw]aer als ymandt treffen magh: [Da]n sal het stael [In] de Vier schael [Vo]or dese Sonden [uw'] Eeuwigh doorwonden, [Ve]rnielen altemael.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Gheestelijcke Harmonie · Anoniem · Poetry Cove