Stemme: Eya met Basoenen en Fluyten. ADieu werelt valsch verrader Geeft my dat ghy hebt berooft, Ick wil't schencken Godt mijn Vader Ghy geeft niet dat ghy belooft V valsche cieraet doet bedriegen Met een doodelijck fenijn, Ghy niet anders weet als liegen, Ghy en geeft niet meer als pijn. Edel mensch opent u oogen, Laet u dogh verleyden niet: Want daer menigh wort bedrogen Die alleen't uytwendigh siet: Wilt u dan met my ontbinden Daer ghy aen gebonden staet, Laet u de werelt niet blinden Die u dagh en nacht na gaet. Rijcke Godt ick kom my keeren Tot u mijnen Heer en al, Ick nu gae abandonneeren Al dat werelts valsch geschal: Haer geselschap wil ick laten, V beminnen mijnen Godt; Schoon de Menschen van my praten, En de werelt met my spot. Suyver, reyn, simpel van wesen, Diep van ootmoet, geern veracht,
Is des Ziels cieraet gepresen Kost'lijck boven 's werelts pragt, Dese baen sal ick intreden, Al valt het zwaer die natuer Godt te dienen met mijn leden Sal my nimmermeer vallen suer In't geloove vierig, aendachtig, Wijs, voorsichtigh in het doen, Dickwils Jesu zijn gedachtig, In de deugden altijdt spoen, Oprecht ende heusch van monde, Sonder veyns of valschen schijn, Als de pest schouwen de sonde Geeft dat ick altijt magh zijn. Tot u Heer neem ick mijn gange, Heer ghy zijt mijn saligheyt, Neem mijn hert wilt het ontfange Tot u dienst is het bereyt: Ghy een yder sult beloone Die gestreden heeft om prijs, Boven in des Hemels throone, In het Hemels Paradijs.
Cookies on Poetry Cove