Skip to content
1637

Geestelijcke harmonie

Anoniem

Op die wijse: Blijtschap van my vliet. Och wie hangt hier dus Iammerlijck verschoven, Als een Lazarus Van beneen tot boven? Wat heeft hy misdaen, Wat heeft hy bedreven, Dat hy schandich dus Is ghebrocht om ‘tleven? Al had hy de daet Vande werelt quaet, Al te samen op sijn lijf, ‘tWaer noch veel te veel Dat een mensch geheel Soo sou sijn van bloede stijf, Want men siet geen leden Of sy en zijn doorsneden, Of doorkorven en doorwont, Sijn vleesch is afgereten Dat daer tot alle steden Sietmen been tot aenden gront.

O Mensch aenschout wel t’Is weert om t’aenmercken, Hier voor swicht de doot Droes en al sijn wercken, Weet ghy wie hier hangt? t’Is den Godt der Goden Die ’t al heeft ghemaeckt En kan weder dooden, Die het al omvangt Heeft die liefd gheprangt Dus te lijden desen doot, Dat om onse schult Waer met hy vervult Is voor ons in desen noot, Want door Adam te voren Was Godt, en al verloren: Met sijn sond was t’al besmet, Nu sijn wy weer herboren, Nu Iesus heeft verkoren, Dees doot die den doot verplet. Ist dan onsen Godt? Ist om onse sonden? Och of oock die liefd My had soo ghebonden, Iesu ick kiend u niet: Nu dat ghy duys deerlick Waert bekladt, doorsneen, Schromich en vervaerlijck, Wat begeert ghy Heer Dat ick u vereer Voor dees grote milde gaef, Ey! wilt ghy yet meer Als dat mijnen keer, Sy tot deucht, niet sondich slaef,

En ist niet u begeeren Dat de sond verkere In u liefd want s’u mishaegt? Wilt dan in ons vermeren Dat u doet dit verseren, En daer ghy dees pijn om draegt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Geestelijcke harmonie · Anoniem · Poetry Cove