H.
Hoort toe wat ick u leere.3
Het is een kindeken ons gebooren.19
Het moet nu klinghen over al.10
Het viel een hemels dauwe.46
Het is een God ontspronghen.48
Het stont een moeder reyne.78
Hemelsche Coninghinne.83
Heer Iesus heeft een hofken daer schoone blommen staen.87
Heer Iesu Christe Godes soon.131
Hoort toe ghy ydel mensch die na de werelt staet.146
Hoort mijn ghebedt.173