Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Toon: Als Boxvoetje speelt, &c. WEl, Vrysters, wat schort’er, hoe sitje dus stil, En olick? zijt vrolick, speel: kuytjes koom dril, En voetjes, tran tra. Ay repje! koom dra; Wy moeten van avondt noch eens op den tril.

Stil, hoorje gheen Bas, gheen Veel, noch geen Fluyt, Geen speelen, geen queelen, geen luchtigh geluyt? Soo benje wel doof: Of, naer ick geloof, Denckt ellick: gantsch lijden was ick toch de Bruydt. Dat heb ick, al swijghje, ten eersten geraen, Daer onder is’t wonder,daer schort’etje aen. De vreught van de doeck, Schuylt wis in de broeck: Maer troostje, mijn troosjes, het sal noch wel gaen. Al graestje Gespeeltje nu grif in het vet, Al wintse,al vindtse heur vreught in het bedt: Denckt: Grietje nu ghy En morgen wy. Geen rimpeligh vel ons ’t soenen belet. Des houje toch lustigh, al leefje op hoop. Het vryen heeft tyen, de Trouw koomt ter loop. Doe mee als de Bruydt,

Dat sellefde kruydt Dat Jasper heeft hebben wy mee noch te koop.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove