Skip to content
1668

Enchuyser liedt-boecksken

Anoniem

Stemme: Wanneer de Son, &c. DEn Echten-staet vol eeren goet, Die is heyligh voorwaer, Daer na streckt oock ’t begeeren soet, Van dit vereenight Paer, De welck door Liefde-banden

Getreden zijn in d’Echt, Soo dat se nu handt aen handen Beloven de Trouw’ oprecht. 2 Bruydegom doch uw’ luyster geeft Aen Godes heyligh Woordt, Op dat ghy niet in ’t duyster leeft, Gaet treden vlijtigh voort, En baenter de wegh des vreden, Dat is een suyver padt, Soo komt ghy in de Steden, Of eeuwighe Levens-stadt. 3 Vrou Bruyt wilt oock nasporen snel Uw Bruydegom en Heer, Want ghy moet na hem hooren wel, Volgens d’heylige Leer: Soo sal u Vrouw Bruyt genaken Weer-liefde t’allen stondt, En ghy sult beyde dan raken Op eenen vasten grondt. 4 Ick wensch u Godes zegen wis, Te krijgen op der aerdt, Want wie tot deught genegen is Den Heer altijdt bewaert, En wil genadelijck geven U heyl, troost en voorspoedt,

Dat ghy vreedsamigh meught leven Vereenight in u gemoedt. 5 Met al u jonge Spruytjes groen, Dan groeyend’ in u Hof, Die sullen ’t quaedt wegh sluyten doen, En sporen na uwe lof, Die u den Heere wil stieren En zegenen in ’t gemeen, Op dat se meed’ mogen swieren Om uwe Tafelen heen. 6 Heer! geeft doch dees getroude twee, En maeckt haer recht bekent, Op dat se vast’lijck bouwen mee Op ’t rechte Fondament: En laten haer vlugge Jaren Doch in gesontheydt bly, Met vreughden heenen varen Tot dat haer komt halen ghy. 7 Wilt Opper-prins, genadigh doch, Geresen op desen trap, Haer zegenen weldadigh noch Met Neringh en Koopmanschap: En dat sy oock recht beminnen De deuchden door yvers lust, En dat se dan komen binnen

Daer ’t alles in vreughden rust.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Enchuyser liedt-boecksken · Anoniem · Poetry Cove